Ga direct naar de inhoud

Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen van kracht

Wegwijzer aanvraag advies vervolgfunctie bewindspersonen

Op vrijdag 20 februari 2026 treedt de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen in werking. De wet introduceert voor (oud-)bewindspersonen een samenhangend kader van verplichtingen voor de periode van twee jaar na ontslag. Centraal staan een draaideurverbod, een lobbyverbod en de verplichting om voor een beoogde vervolgfunctie advies te vragen aan het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (Arpa), met uitzondering van de in de wet genoemde publiekrechtelijke functies.

Reikwijdte en overgangssituatie

De wettelijke bepalingen gelden ook voor oud-bewindspersonen uit het kabinet-Rutte IV en het kabinet-Schoof, omdat de wet geen overgangsrecht kent. De regels zijn van toepassing tot het einde van de afkoelperiode van twee jaar na ontslag. De wet is uitsluitend van toepassing op functies die worden beoogd vanaf de datum van inwerkingtreding. Voor functies die al vóór 20 februari 2026 zijn aanvaard, hoeft niet alsnog advies te worden gevraagd.

Doel en achtergrond

De wet bevestigt dat bewindspersonen na hun ambtsperiode hun maatschappelijke loopbaan moeten kunnen voortzetten, maar beoogt tegelijkertijd het risico op belangenverstrengeling te beperken. Er bestond behoefte aan meer houvast bij het maken van zorgvuldige keuzes, mede naar aanleiding van signalen vanuit beide Kamers, de Europese Commissie in het Rechtsstaatrapport en GRECO.

Verplichtingen gedurende de afkoelperiode

Gedurende twee jaar na ontslag gelden de volgende verplichtingen:

  • Adviesplicht: voor een beoogde vervolgfunctie moet advies worden gevraagd aan het Arpa. Het advies kan luiden dat de functie aanvaardbaar is, al dan niet onder voorwaarden, op basis van wettelijke criteria gericht op het voorkomen van belangenverstrengeling. Adviezen over aanvaarde dienstverbanden worden openbaar gemaakt.
  • Meldplicht: een aanvaarde opdracht of functie moet worden gemeld aan het Arpa, ook wanneer deze in de publieke sector ligt. Het Arpa publiceert een overzicht.
  • Lobbyverbod: vanuit een functie in de private of semipublieke sector mag geen zakelijk contact plaatsvinden met het voormalige ministerie of met aanpalende beleidsterreinen waarover intensief en meer dan incidenteel contact bestond.
  • Draaideurverbod: het is niet toegestaan een opdracht of dienstverband te aanvaarden bij het voormalige ministerie of bij een ander ministerie op een aanpalend beleidsterrein.

Zo nodig kan de minister-president ontheffing verlenen van het lobby- en draaideurverbod.

Betekenis voor zittende en toekomstige bewindspersonen

Het is primair aan de oud-bewindspersoon, maar ook aan de nieuwe werkgever en het betrokken overheidsorgaan, om in de praktijk invulling te geven aan deze uitgangspunten en daarover publiek verantwoording te kunnen afleggen.

Voor aanstaande bewindspersonen geldt daarnaast dat wanneer zij tijdens hun ambtsperiode een andere functie beogen en daarover advies vragen aan het Arpa, zij dit moeten melden aan de minister-president. De minister-president kan dan zo nodig tussentijdse maatregelen nemen met het oog op de integriteit, zoals het beperken van de toegang tot onderraden of andere belangrijke overleggen.


Voor meer informatie zie de Wegwijzer.

Gerelateerde informatie